Arie Schouten

Arie Schouten – kunstschilder uit Velsen-Noord, 1913-1987, was getrouwd met Gree Kemp, ook meest Moeder Gree genoemd. Zij vormden een op en top sociaal gezin.
Arie kwam uit een arbeidersgezin van zeven kinderen uit IJmuiden, en was de oudste. Zijn grote passie was de schilderkunst. Hij las veel boeken van bekende kunstschilders en was geïnteresseerd in het wereldgebeuren. Hij was autodidact betreffende de schilderkunst, zonder enige opleiding, maar in die tijd was het onmogelijk om daar van te leven. Om het gezin Gree, Anje, Simone en Jef in leven te houden, werkte hij op de Hoogovens met maar één gedachte: “ooit zal ik van mijn schilderkunst kunnen leven”.
Later ontmoette hij vriend en schilder Gerrit Bas, die tevens een huisschildersbedrijf had in Santpoort-Noord. Daar kon mijn vader aan de slag als huisschilder. In de jaren ’60 gingen wij met ze op vakantie in Camperduin, op de fiets, schildersezels mee. Met tien man in één huisje, de Zeedistel op Camping De Bocht. Er werd volop getekend en geschilderd.
Wij hadden in die tijd zeer weinig geld, en als mijn zus Simone – die een dansopleiding volgde in Den Haag bij het Conservatorium – moest mijn vader vaak nog langs vrienden om geld te lenen. Vaak werd dat verrekend met een schilderij. En zo kon er toch een maandkaart voor de trein worden gekocht.
Eind jaren ’60 werd Arie eindelijk toegelaten tot de Rijks Contraprestatie en doen wat hij allang deed, maar geen stress en zorgen. Waar wij als kinderen overigens nooit onder geleden hebben, je wist niet beter, de buren waren net zo arm.
Hij hield altijd vast aan vaste gewoontes. Elke dag met de hond Bingo naar bakker Klees in Beverwijk. Bij thuiskomst koffie en een sigaartje. Daarna kwam hij tot leven. Hij ging er vaak op uit met de fiets, naar de pier of het Noordzeekanaal, waar hij in mijn ogen prachtige dingen maakte. Aquarellen. Potloodtekeningen.
Levenskunstenaar en eenvoud, dat was zijn motto, en recht door zee.
Er kwamen heel veel modellen en vrienden over de vloer die vaak mee-aten en zeiden: “Gree wat is het weer lekker. Mijn moeder zei dan altijd: “ach kind, ik doe maar wat”. Ze was bekend om haar soep en eigengemaakt krentenbrood.
Het kwam vaak voor dat er onaangekondigd een feest ontstond. Iedereen nam wat mee, en tot laat in de avond werd er gedanst, gedronken en goed gepraat.
Heel veel mensen zijn echt gevormd door ons gezin, dat heeft veel voor ze betekend.
Bij het overlijden van mijn vader hield ik zijn hand stevig vast en nam de pijn over die hij had, we hadden een gesprek zonder één woord te zeggen.
Ik wilde zeggen: “Pa je was geweldig”, maar kreeg het niet uit mijn mond.
Zijn schilderijen en tekeningen gingen naar Frankrijk, bij mijn zus Anje en Rob die daar een huis hebben. Ik heb daar schappen gemaakt en alles liefdevol behandeld met mijn vrouw Lous. Rob, mijn zwager, heeft zich altijd ontfermd over het werk, waar ik hem dankbaar voor ben.
Ik las iets over het Weefhuis in Zaandam, en ik kwam op het idee om een tentoonstelling van mijn vaders werk te maken. Ik ben met een aanhanger naar Frankrijk gereden en heb in twee weken tijd al zijn werk in mijn handen gehad, en uitgezocht wat in mijn ogen het meest geschikt was.
Rob is twee jaar geleden overleden. Maar ik kreeg zo’n goed gevoel bij het uitzoeken van het werk, alsof hij erbij was. Een goeie verwerking.
En nu is het zover.
Een tentoonstelling van Arie Schouten, die hij verdient.
Jef Schouten






